De naam
Percalle komt van percal
Percal is katoen met een effen binding en tachtig of meer draden per centimeter: koel, glad en stevig, de stof waar goede hotels hun bedden mee opmaken. Het Italiaans heeft er een eigen woord voor, il percalle, en dat woord werd de merknaam. Spreek uit: per·kal·le.
De naam vertelt meteen waar het hier over gaat. Niet over sop, niet over de machine, maar over textiel: het bed, het overhemd, de kast. Daarom heten ook de geuren naar stoffen, van batist tot suède.
Het gat
Niemand bedient de parfumerie
Wasparfum in Nederland is gebouwd op breedte en zoet: tientallen geuren per merk, gourmand en fruit, goudfolie en scriptletters. Alles concurreert op hetzelfde schap, met dezelfde beloftes en dezelfde flessen.
Het gat zit erboven. Er is niemand die wasgeur behandelt zoals een parfumhuis geur behandelt: weinig referenties, een droog en poederig register, en een fles die je laat staan. Wie drie keer de categorieprijs wil dragen, moet uit een andere wereld komen. Die wereld is de parfumerie, niet de wasserij.
De propositie
Vier geuren, geen uitleg
Percalle maakt parfum voor textiel in precies vier geuren, elk genoemd naar een stof en genummerd als een parfumhuis dat doet. Schaarste is de propositie: geen seizoensedities, geen nieuwe geur per maand, geen korting als ritueel.
Alles wat het prijspunt moet dragen zit in het product zelf: de geur, het glas, het papier van het etiket. Uitleggen waarom iets duur is, is het moment waarop het goedkoop wordt. Dus dat doen we niet.
De kleuren
Linnen, inkt en vlas
Linnen is de drager: in drukwerk is het geen inkt maar het papier zelf, ongestreken en met zichtbare vezel. Inkt is een warm antraciet voor al het zetwerk, en vlas tekent de haarlijnen en het weefselmotief.
Goud staat er bewust niet tussen. Goud is de valuta van het schap dat we verlaten; antraciet is de kleur van drukwerk en van een maatpak, en blijft leesbaar op de kleinste corpsgrootte van het etiket.